Zeker met de komst van de filmende fotocamera's staat video in een toenemende belangstelling van de fotograaf. Dat blijkt ook wel bij de seminar die Apple samen met World Press Photo, Canon en Calumet hield in de Oude Kerk in Amsterdam gisteren. De kerk zat vol. Aandachtend luisterend naar Thed Lenssen, die min of meer hetzelfde verhaal hield als bij het
seminar van 25 jaar P/f, de tips van regisseur Olaf van Gerwen, de spoedcursus iMovie en Final Cut Pro door Bram Elderman en de opening door fotojournalist
Geert van Kesteren. Die laatste ging vooral in op de veranderingen van de fotojournalistiek en hoe daar mee om te gaan.
Het betoog van Van Kesteren was helder: gebruik internet en geluid. Volgens Van Kesteren daalt de kwaliteit door de toename van het beeldgeweld. Maar er is wel nog een duidelijke plaats voor de fotojournalistiek. Dat is namelijk een, wat hij noemt, een autonome beeldeenheid die nooit bedoeld is om mooie plaatjes te maken. Maar die het wel mogelijk maakt om onder de oppervlakte te kijken. Een goede fotojournalist weet dat hij nooit een objectief beeld maakt, maar altijd de waarheid suggereert. Eenvoudigweg omdat niet de hele waarheid in één beeld te vangen is en de gelaagdheid van de problematiek kan weergeven. Daar moet de fotojournalist zorgvuldig mee omgaan. Een goede journalistieke foto roept vragen op,
wat Stephen Mayes overigens ook al bepleitte in zijn toespraak bij de World Press Photo Award Days. De uitdaging is nu om mensen naar je toe te trekken die het anders niet zouden doen. En voor dat doel is internet volgens Geert van Kesteren prima voor geschikt.
Hij doet dan ook een oproep om vooral de nieuwe technieken te gebruiken om je fotojournalistiek werk te laten zien. Want fotojournalistiek is nog altijd een krachtige manier. Video en audio ondersteunen de fotojournalist, zegt Van Kesteren. Hij haalt ondermeer de geslaagde website Magnum in Motion aan. Daar kan wat mij betreft nu ook
Lens, de nieuwe fotografieweblog van de New York Times, aan worden toegevoegd. Fotojournalisten moeten gebruik maken van de sociale netwerken, zoals Flickr, YouTube en Twitter. Voor een deel kunnen ze daar hun materiaal gratis aanbieden. Of in ruil voor een reis naar een gebied waar ze een reportage willen maken. Maar, zo zegt hij, het is ook belangrijk om een deel exclusief te houden. Je werk moet toegankelijk zijn, maar je moet ook niet alles zomaar weggeven. Websites zijn voor de fotojournalistiek de basis, een medium als Twitter is het cement. Daarmee trek je mensen naar je werk toe. Bij een website moet verder gedacht worden dan nu het geval is. "
Het meeste op internet ziet er uit alsof het een krant is die niet gedrukt is," aldus Van Kesteren. Ik denk dat Lens al een goede stap op weg is.
Internet is net als een boek en een expositie het ideale podium voor de fotojournalist volgens hem: "
We keren nu terug naar het begin van de krant. Toen was de journalist ook de uitgever. Dat heet nu bloggen." Het publiceren op internet heeft dezelfde aandacht en inspanning nodig als het maken van een boek, alleen dan kan het echt wat worden. De journalistieke presentaties op het net hebben een complexe structuur, volgens Van Kesteren. Veel complexer dan een foto in een krant. De audiotrack kan een referentie zijn om een reportage te maken.
Overigens moeten niet alleen fotojournalisten meer doen met de nieuwe media. Er moet meer aandacht komen voor deze vorm van publicatie. Zeker omdat het steeds moeilijker wordt om je foto's kwijt te raken. Ook een organisatie als World Press Photo richt zich volgens Van Kesteren teveel op de oude media. Terwijl we nu zoveel meer kunnen laten zien als fotojournalist.
Trefwoorden: fotojournalistiek, World_Press_Photo, video, toekomst, Geert_van_Kesteren
Belichtingen voor deze afdruk worden voor plaatsing eerst gecontroleerd.